Van 284.000 naar 56.000 euro per jaar
Zelfde scholen, zelfde artikelen, zelfde volumes.
Dat was het verschil toen we bij een onderwijsinstelling het contract voor sanitaire voorzieningen opnieuw in de markt zetten. Niet omdat de leverancier zijn afspraken niet nakwam. Omdat de prijsopbouw en de voorwaarden van het contract jarenlang niet meer naast de markt waren gelegd.
Zo gaat het bij de meeste organisaties die ik spreek. Ooit is er gewisseld van leverancier. Facilitair kreeg complimenten over de frisse uitstraling, directie was tevreden over het contract. Iedereen blij, dossier dicht. Vanaf dat moment is er niemand meer die het contract bewaakt, en dat wreekt zich langs twee kanten.
Aan de prijskant komt elk jaar de indexatiebrief. Sinds 2019 is het prijspeil met 27 procent gestegen en voor 2027 melden fabrikanten opnieuw 5 tot 9 procent. Netjes doorgevoerd en nooit meer naast de markt gelegd. Aan de prestatiekant zie je het pas jaren later: de leverancier groeit, het persoonlijke contact wordt een ticketsysteem, tickets blijven liggen, de klachten nemen toe. Hogere prijs, minder kwaliteit, en nog steeds niemand die het contract opnieuw beoordeelt.
Daarom is er dit najaar een inkoopcollectief non-food facilitair: sanitaire voorzieningen, schoonmaakmiddelen, papier en afvalzakken. Eén uitvraag bij meerdere leveranciers, landelijk en lokaal, zonder preferred suppliers en zonder prijsafspraken met wie dan ook. Elke deelnemer stapt in op de eigen einddatum en de huidige leverancier mag gewoon meedoen. Voor zorg, onderwijs, cultuur en bedrijfsleven.
Die 284.000 was geen prijs. Het was de rekening voor jaren niet kijken.
Opmerkingen